“In elk geval” door Alex

“In elk geval” door Alex

Eeuwige jachtvelden, de Heere heeft tot Zich genomen of Magere Hein.
 
Het is opvallend hoeveel verschillende omschrijvingen er in overlijdensberichten worden gebruikt wanneer een naaste is overleden. In omschrijvingen van de dood proberen nabestaanden (raar woord eigenlijk, beter zou zijn voortbestaanden) de   overledene zo goed mogelijk te duiden.
 
Zo zijn er de zgn. profaan-passieve omschrijvingen waarin geen hogere macht wordt verondersteld, zoals: ‘geliefde is ons ontvallen’, ‘de eeuwige rust ingegaan’, ‘naar de eeuwige jachtvelden gegaan’, ‘heeft het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld’ ‘heeft de levensopdracht beëindigd, ‘is ons ontslapen’, ‘is vredig ingeslapen’, ‘is van ons heengegaan’, et cetera. En er zijn zgn. godsdienstig-passieve omschrijvingen waarin een hogere macht wordt verondersteld zoals: ‘de Heere heeft tot Zich genomen’, ‘is opgenomen in de eeuwige liefde van God’, ‘werd tot een beter leven opgeroepen’, ‘aan Gods genade vertrouwen we toe’, ‘in de vrede van Christus’, ‘gesterkt door het Heilige Sacrament’, et cetera . En zijn ook de wat ‘actievere duidingen’ waarin de dood min of meer wordt aangemerkt als de schuldige, zoals: ‘door de dood van ons weggerukt’, ‘door de dood uit onze familiekring weggenomen’, ‘opeens nam de dood je mee’, ‘is uit ons leven weggenomen’, of wat te denken van het tamelijk wrede ‘Magere Hein is hem komen halen’. Het is natuurlijk eufemistisch, maar het klinkt nu eenmaal anders als we schrijven “zij is naar de eeuwige jachtvelden’ dan wanneer we zeggen ‘Magere Hein is op bezoek geweest’.
 
Hoe we het ook wenden of keren, overlijden staat voor het overgaan in een andere toestand. Het is verandering van levend naar levensloosheid. In het Middeleeuws Nederlands betekent overlijden dan ook letterlijk ‘oversteken’.
 
Daarover schreef theoloog, filosoof en kerkvader Augustinus de troostende woorden:
 
Ween niet. De dood is niets, ik ben slechts aan de andere kant. Ik ben mezelf, jij bent jezelf. Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd. Noem me zoals je me steeds genoemd hebt. Spreek tegen me zoals weleer, op dezelfde toon, niet plechtig, niet triest. Lach om wat ons samen heeft doen lachen. Denk aan mij, bid met mij. Spreek mijn naam uit thuis, zoals je het altijd hebt gedaan. Zonder hem te benadrukken, zonder zweem van droefheid. Het leven is wat het altijd geweest is. De draad is niet gebroken! Waarom zou ik uit je gedachten zijn? Nee, ik ben niet ver, maar juist aan de andere kant van de weg. Zie je, alles is goed. Je zult mijn hart opnieuw ontdekken en er de tederheid terugvinden. Dus, droog je tranen en ween niet, als je van mij houdt.
 
Ongeacht of we naar eeuwige jachtvelden zijn, de Heere ons tot Zich heeft genomen of we door Magere Hein zijn bezocht:
 
Zij die wij liefhebben en dan van ons zijn heengegaan, zijn niet meer waar zij waren, maar altijd waar wij zijn.